Onderdelen van een zeilboot
Een Optimist is misschien klein, maar er zitten een hoop onderdelen aan. Als je de namen kent, kun je je instructeur op de Geijenbreek straks ook precies volgen als die zegt: "Trek de schoot iets aan!" of "Pak even de helmstok over."
We lopen ze van boven naar beneden door.
Boven de waterlijn
De mast en de spriet
De mast is de paal die rechtop staat. In de Optimist die jullie bij WSV De Breek varen is de mast best laag — kort genoeg dat je 'm zelf in en uit kunt zetten op de steiger.
Aan de mast hangt het zeil. Maar het zeil wordt niet alleen door de mast omhoog gehouden. Er zit ook een spriet aan: dat is de dunne, schuine stok die naar de bovenste hoek van het zeil loopt. De spriet zorgt dat het zeil mooi strak staat. Daarom heet dit een "sprietzeil".
De giek
De giek is de horizontale stok onder aan het zeil. Belangrijk om te weten: de giek beweegt heen en weer als de wind van kant verandert. Dus altijd even wegduiken als je instructeur "overstag!" of "gijpen!" roept — anders krijg je 'm op je hoofd.
Het zeil zelf
Het zeil heeft drie hoeken met aparte namen:
- Tophoek — boven, daar zit de spriet aan vast
- Halshoek — voor onder, vlakbij de mast
- Klauwhoek — achter onder, daar zit de schoot aan vast
De randen van het zeil heten het voorlijk (voorkant), achterlijk (achterkant) en onderlijk (onderkant).
In de boot
De helmstok
De helmstok is de stok die je in je hand houdt om te sturen. Hij zit vast aan het roer. Beweeg je 'm naar links, dan draait de boot naar rechts. Dat voelt eerst raar — daarom oefen je het ook gewoon op een rustig moment op de Kerkebreek voordat het druk wordt.
De schoot
De schoot is het touw waarmee je het zeil losser of vaster zet. Aantrekken = zeil naar binnen halen. Vieren = zeil laten uitstaan. Welke stand goed is, hangt af van waar de wind vandaan komt — dat lees je in het hoofdstuk over koersen.
Onder en achter
- Romp: de "schaal" van de boot — waar je in zit
- Boeg: de voorkant van de boot
- Spiegel: de achterkant
- Roer: het platte ding achter dat de boot stuurt (helmstok bedient het roer)
- Zwaard: een plat stuk hout dat door de bodem omlaag steekt. Zonder zwaard
zou je zijwaarts wegglijden zodra de wind tegen je zeil duwt.
Op de mastvoet ligt meestal de peddel. Handig als de wind ineens wegvalt midden op de Geijenbreek — dan kun je nog stukje peddelen naar de kant.
Gebaseerd op het CWO 1 handboek (Watersportverbond, 2017). Eigen tekst voor WSV De Breek.